Illustratie bij ‘Doorlopen alstublieft’

Doorlopen alstublieft

Voor de Abdij van Herkenrode heb ik meegewerkt aan de sleutelroute en meegeschreven aan het introfilmscript, wat betekende dat ik mij moest verdiepen in de geschiedenis van deze plek.

Tot mijn verrassing kwam ik erachter dat deze plek veel meer is dan gewoon een kerk. Dit was de eerste en grootste vrouwenabdij van de Lage Landen, en de dames die haar bestuurden waren ondernemers: een gigantisch complex met economische invloed en bezienswaardigheden waar pelgrims op af kwamen.

Vooral die laatste twee zijn interessant, want pelgrims moesten slapen en eten, gaven giften en zorgden voor een economische motor in de streek. Het logische vervolg daarop was dat de zusters doorbouwden aan die aantrekkingskracht.

Ze verzamelden relieken om aanzien te krijgen, zoals de zevenenveertig schedels van Ursula en haar maagden, gevolgd door een bloedende hostie in 1317 en een officiële erkenning van de paus. In 1363 kwam er een aflaatbrief, en in de jaren 1530 de glasramen. Telkens als er een reden nodig was om de aantrekkingskracht nieuw leven in te blazen, kwam die er.

Dat publiek liep niet zomaar rond op het abdijterrein. Er waren vaste delen waar die pelgrims mochten komen, tot aan een raampje waardoor de bedevaarders de hostie in de monstrans konden bekijken. Al schrijvend besefte ik dat ik niet alleen een kerk moest beschrijven. Er waren dingen te zien, er kwam publiek op af, en er was nagedacht over die publieksstromen.

Het circuit

Persoonlijk vind ik dat verrassend modern klinken. De zusters waren echter niet de enigen in de Europese geschiedenis die dit probleem moesten oplossen. In Aken werd de menigte vanaf 1322 zo groot dat het object de hoogte in ging en vanaf de galerij werd getoond, zodat de mensen op het plein beneden het konden bekijken. Er werd zelfs voor gebouwd, zoals de gotische koorhal die in 1414 werd gewijd. In Maastricht was het tonen een evenement met een heus protocol: eenmaal per dag was de vertoning te zien op het Vrijthof, na een openluchtmis.

De vaarten naar Aken, Maastricht en Kornelimünster trokken in de vijftiende eeuw meer dan honderdduizend pelgrims, en die wilden een aandenken meenemen naar huis: insignes van lood-tin, die in massaproductie gemaakt werden als souvenir en devotieobject in één.

Die plek hoeft echter geen authentieke heilige plek te zijn. In het geval van Varallo was het punt juist dat het een imitatie was: de bedevaart naar Jeruzalem was te ver, te duur en te gevaarlijk voor de gemiddelde pelgrim. Dus begon de franciscaan Bernardino Caimi in 1486 aan de bouw van een imitatie in Piëmont. Als je vandaag de dag de berg op loopt, kom je de vijfenveertig kapellen tegen in vaste volgorde, met in elke kapel een levensgrote scène uitgebeeld.

Na het Concilie van Trente kwamen er tralies en schermen bij, om te voorkomen dat bezoekers te informele of ontheiligende interacties met de beelden hadden. Tegelijkertijd zorgde dat ervoor dat de kijkhoek ook geregisseerd werd, en doorlopen bevorderd.

Wat Caimi hier bouwde was geen vervanging, maar een stand-in om zo toch een vorm van de bedevaart naar Jeruzalem mogelijk te maken. De kapellen staan op afstanden en posities die lijken op hoe die in Jeruzalem zijn: een Heilig Graf, een Via Dolorosa, een Gethsemane. Dat het geen geheim was dat je je niet op de werkelijke plek bevond, maakte dat het geen probleem was. Persoonlijk zie ik wel wat parallellen met het Venetië van Las Vegas, of Epcot in Orlando. Ook deze zijn niet authentiek, maar nemen wel het gevoel van ruimte en schaal over van de originele plek.

De kassa

In deze geschiedenis is geloof niet altijd nodig. Rond 1602 legt een Amsterdamse herbergier een doolhof aan, met betaalde toegang. Je loopt tussen de heggen door, waar mechanische figuren van David en Goliath te zien zijn. Als je de verhalen gelooft was er ook een levensgrote doedelzakspeler wiens hoofd, ogen en handen bewogen, en waren er verborgen spuiten die je nat maakten als je verkeerd stond. Dit alles zodat het publiek zich aangetrokken voelde tot de plek, en gebruikmaakte van de naastgelegen herberg.

Deze herbergier heeft niet het betaald kijken uitgevonden, want in de menagerie van de Tower van Londen mocht je voor drie halve pence naar binnen, of voor een hond of kat als leeuwenvoer, en het Leidse anatomisch theater hield vanaf 1594 betaalde ontledingen. Wat wel interessant is aan de doolhof bij de herberg, is dat het een plek was die expliciet was ontworpen als wandeling. Amsterdam had vijf van dit soort tuinen, en ook de abdij van Herkenrode had een labyrint in de lusthof, al was daar dan weer geen kassa te vinden.

De industriële versie staat bijna driehonderd jaar later in Den Haag. Panorama Mesdag is besteld tijdens de panoramarage door een Belgische maatschappij, met het idee dat je voor de prijs van een kaartje een kwartier ergens kan zijn waar je niet bent. Een enorm rond doek zonder randen, met in het midden echt zand. Financieel was Panorama Mesdag alleen geen succes.

Daarnaast heb je natuurlijk ook de theaters en bioscopen. Ook daar betaal je voor vermaak, alleen zit het verschil daarin dat je stilzit en naar iets kijkt, terwijl dit verhaal gaat over plekken waar het publiek zelf door de ruimte moet bewegen.

Het patroon

Herkenrode, Aken, Varallo, de doolhof en Mesdag hebben alle vijf drie dingen gemeen: er is iets dat bezoekers willen zien, er wordt in een of andere vorm voor die toegang betaald, en er is nagedacht over hoe die bezoekers zich over de plek bewegen. Deze drie dingen staan met elkaar in verbinding, want er zijn tegengestelde belangen. De kijker wil blijven staan, vrij verkennen en weten waarvoor hij betaalt. De plek wil doorstroming, wil dat iedereen een route volgt, en wil de waar pas tonen na betaling.

Bij elke plek zie je het compromis: het raampje van Herkenrode, de galerij van Aken en de tralies in Varallo. Al deze oplossingen zijn een balans, opgemaakt zodat het voor beide partijen werkbaar was.

Maar wat als er ook een derde partij is? In 1897 laat Leopold II in Tervuren een Congolees dorp bouwen voor de wereldtentoonstelling. Hij haalt bijna tweehonderdzeventig mensen uit Congo om het dorp te bevolken. Zeven van hen sterven die zomer, en dit was niet de eerste of laatste keer dat dit gebeurde. Zelfs op Expo 58 stonden er nog bijna zeshonderd Congolezen achter een hek, in het jaar van het Atomium. Zowel mijn oma als mijn oudtante hebben Expo 58 bezocht. Dit is nog geen mensenleven geleden.

Ook hier was iets te zien, was er toegang en een route. De vorm is niet per definitie slecht: hij is leeg. Het is een manier om aandacht en beweging te organiseren, voor zowel goede als slechte doeleinden.

Verstrooid

Dat deze vorm steeds opnieuw wordt uitgevonden in plaats van doorgegeven, komt doordat de plekken elkaar gewoonweg misten. Herkenrode werd in 1796 opgeheven met een inboedel die over Europa uitwaaide. In de kerk kwam een textielfabriek, die later afbrandde, en de doolhof ging in 1862 tegen de vlakte toen de stad de grond kocht om er een school te bouwen. Van de ongeveer driehonderd panorama's die zijn geschilderd bestaan er nog een handvol, en Mesdag is de enige die nog op zijn oorspronkelijke plek staat. Er was geen vak dat deze ideeën bewaarde: de abdij, de herberg en de panoramamaatschappij waren nooit één industrie. Als je honderd jaar later weer hetzelfde probleem van een bezienswaardigheid en publiek had, moest je het wiel opnieuw uitvinden. Dat het wiel elke keer dezelfde vorm had, laat zien dat het probleem nooit is veranderd.

In Kaatsheuvel wil de gemeente in 1952 haar dorp een bestemming geven. Een illustrator van sprookjesboeken en een filmer bouwen het Sprookjesbos, waar dat jaar meer dan 200.000 bezoekers op afkomen voor tachtig cent per persoon. Disneyland bestaat nog niet. Toch is de leeftijd niet het enige wat de Efteling interessant maakt. Wat ik interessant vind aan het park is dat het nooit in één keer is neergezet. Gedurende die zeventig jaar evolueerde het park mee met de conventies van de tijd, met het terrein als geheugen. Tivoli in Kopenhagen doet dat sinds 1843.

Daarna wordt het verhaal minder interessant. Er komen standaardideeën, standaardoplossingen en leveranciers die het uitvinden van het wiel uit handen nemen. Die geschiedenis is elders vaak genoeg verteld. Maar, als je de volgende keer in de Efteling bent, ga dan eens langs het Efteling-museum en bekijk de oude plattegrond die daar hangt. Je ziet het park stukje bij beetje evolueren, en ideeën vorm krijgen.